Wat is het doel van de werkinstructie? In de praktijk wordt longfunctieonderzoek ingezet om: - de diagnose astma of COPD te stellen of om deze diagnose(s) minder waarschijnlijk te maken - de longfunctie te controleren bij patiënten met astma of COPD. De longfunctiemeting met de spirometer wordt op de juiste wijze uitgevoerd, waarbij de patiënt vooraf goed is geïnformeerd. De uitslagen van het onderzoek kunnen gebruikt worden om de huisarts te ondersteunen bij het stellen van de diagnose astma of COPD en de ernst ervan te bepalen.
Achtergrondinformatie De diagnostische spirometrie bestaat uit twee metingen: vóór en ná luchtwegverwijding. Voor beide tests zijn minstens drie goede blaasmetingen (geforceerde manoeuvres) nodig.
Werkinstructie - De huisarts en/of praktijkverpleegkundige stelt de indicatie voor de longfunctie en bespreekt dit met de patiënt. - De patiënt maakt voor dit onderzoek een afspraak via de assistente. - De assistente plant daarvoor een afspraak van 50 minuten (spirometrie, rood) in de agenda van de praktijkverpleegkundige. Let op de afstemming tussen de agenda's van beide praktijkverpleegkundigen. - De longfunctieonderzoeken dienen minstens 1 dagdeel uit elkaar te worden gepland (de spirometer dient tussentijds te worden gereinigd en moet drogen).
- De assistente geeft tijdens het maken van de afspraak de instructiebrief of stuurt deze toe. Hiervoor wordt het sjabloon in Promedico gebruikt. LET OP: daarin moet de brief worden aangepast met informatie over de luchtwegmedicatie. Hiervoor kijkt de assistente in de medicatielijst, voordat de brief wordt gemaakt. Bij twijfel overlegt de assistente dit met de praktijkverpleegkundige. - De assistente benoemt ook mondeling dat op de dag van het onderzoek géén luchtwegverwijder gebruikt mag worden, de patiënt uitgerust aan het onderzoek moet beginnen en binnen een uur voor het onderzoek niet gerookt mag worden.
De praktijkverpleegkundige - zorgt dat de spirometer, het mondstuk, de neusklem, perasafe, afwasteil, tissues en de luchtwegverwijders klaar liggen. - Geeft de patiënt informatie over de uitvoering en het doel van de spirometrie.
- Controleert of de patiënt 8 uur van tevoren geen kortwerkende en 12 uur van tevoren geen langwerkende luchtwegverwijder heeft gebruikt.
- Registreert leeftijd, geslacht, lichaamslengte (zonder schoenen) en herkomst (etniciteit) van de patiënt. - Laat de patiënt eventueel strakke, beperkende kleding losmaken/ uittrekken en een slecht passend gebit uit de mond nemen. - Instrueert de patiënt hoe hij de test moet uitvoeren en demonstreert de test. - Voert het onderzoek uit (zie onder). - Controleert of de uitslagen automatisch in het HIS worden opgenomen, zo niet, dan worden deze na het onderzoek handmatig ingevoerd (via onderzoek: 1 longfunctie). - Reinigt de materialen volgens de instructies.
Uitvoering - De geforceerde uitademing dient te worden vooraf gegaan door een rustademhaling. De manoeuvre dient te worden afgesloten met een maximale inademing. - Voor de pré-test moeten minimaal drie goed uitgevoerde blaasmanoeuvres worden geregistreerd. Let hierbij op de volgende criteria: * minstens 1 seconde een plateau bereiken in de uitademing, * steile stijging op de Y-as (krachtige, directe uitademing), * gladde curve. * Het verschil in FEV1en FVC mag maximaal 5 % zijn (en niet meer dan 150 ml), * De curve moet reproduceerbaar zijn. - Voor de reversibiliteitstest dienen 4 inhalaties (400ug) met salbutamol, via een voorzetkamer te worden gegeven. Dit dient minstens 15 minuten in te werken. Voor atrovent geldt dat dit 30 - 45 minuten dient in te werken. Hierna worden op dezelfde manier drie post-tests afgenomen. - De z-score geeft de normaalwaardes voor de spirometrie weer. Een z-score <-1,64 betekent dat de waarde afwijkt. Dit geldt voor zowel de FEV1, de FVC als de FER.
- In de wachtperiode wordt door de patient een CCQ of ACQ formulier ingevuld en wordt een anamnese van klachten van de voorgeschiedenis door de praktijkondersteuner afgenomen. Dit wordt binnen het HIS geregistreerd in het onderzoek: 2 diagnostiek astma/ copd/ dyspnoe of 2 Astma jaarcontrole. Voor patiënten met COPD wordt gebruik gemaakt van het KIS PortaVita. Upload de spirometrie ook altijd in promedico.
Follow-up - Door de praktijkverpleegkundige wordt gecontroleerd wat de afgesproken follow-up is na het onderzoek: retour spreekuur huisarts, eerst overleg door praktijkverpleegkundige met huisarts en een telefonische terugbel of de longfunctiemeting wordt als 3-jaarlijkse controle bij een bestaande COPD uitgevoerd. - De Fev1 en FVC waarden worden als meetwaarden in het dossier geregistreerd en de anamnestich verkregen gegevens afkomstig van de CCQ/ACQ/ MRC lijsten dienen te worden verwerkt. - De huisarts past eventueel naar aanleiding van de uitslagen van de longfunctie de episode/ diagnose aan en de patient wordt daarvan op de hoogte gebracht.
Wat is het doel van de werkinstructie?
In de praktijk wordt longfunctieonderzoek ingezet om:
- de diagnose astma of COPD te stellen of om deze diagnose(s) minder waarschijnlijk te maken
- de longfunctie te controleren bij patiënten met astma of COPD.
De longfunctiemeting met de spirometer wordt op de juiste wijze uitgevoerd, waarbij de patiënt vooraf goed is geïnformeerd.
De uitslagen van het onderzoek kunnen gebruikt worden om de huisarts te ondersteunen bij het stellen van de diagnose astma of COPD en de ernst ervan te bepalen.
Achtergrondinformatie
De diagnostische spirometrie bestaat uit twee metingen: vóór en ná luchtwegverwijding. Voor beide tests zijn minstens drie goede blaasmetingen (geforceerde manoeuvres) nodig.
Werkinstructie
- De huisarts en/of praktijkverpleegkundige stelt de indicatie voor de longfunctie en bespreekt dit met de patiënt.
- De patiënt maakt voor dit onderzoek een afspraak via de assistente.
- De assistente plant daarvoor een afspraak van 50 minuten (spirometrie, rood) in de agenda van de praktijkverpleegkundige. Let op de afstemming tussen de agenda's van beide praktijkverpleegkundigen.
- De longfunctieonderzoeken dienen minstens 1 dagdeel uit elkaar te worden gepland (de spirometer dient tussentijds te worden gereinigd en moet drogen).
- De assistente geeft tijdens het maken van de afspraak de instructiebrief of stuurt deze toe. Hiervoor wordt het sjabloon in Promedico gebruikt. LET OP: daarin moet de brief worden aangepast met informatie over de luchtwegmedicatie. Hiervoor kijkt de assistente in de medicatielijst, voordat de brief wordt gemaakt. Bij twijfel overlegt de assistente dit met de praktijkverpleegkundige.
- De assistente benoemt ook mondeling dat op de dag van het onderzoek géén luchtwegverwijder gebruikt mag worden, de patiënt uitgerust aan het onderzoek moet beginnen en binnen een uur voor het onderzoek niet gerookt mag worden.
De praktijkverpleegkundige
- zorgt dat de spirometer, het mondstuk, de neusklem, perasafe, afwasteil, tissues en de luchtwegverwijders klaar liggen.
- Geeft de patiënt informatie over de uitvoering en het doel van de spirometrie.
- Controleert of de patiënt 8 uur van tevoren geen kortwerkende en 12 uur van tevoren geen langwerkende luchtwegverwijder heeft gebruikt.
- Registreert leeftijd, geslacht, lichaamslengte (zonder schoenen) en herkomst (etniciteit) van de patiënt.
- Laat de patiënt eventueel strakke, beperkende kleding losmaken/ uittrekken en een slecht passend gebit uit de mond nemen.
- Instrueert de patiënt hoe hij de test moet uitvoeren en demonstreert de test.
- Voert het onderzoek uit (zie onder).
- Controleert of de uitslagen automatisch in het HIS worden opgenomen, zo niet, dan worden deze na het onderzoek handmatig ingevoerd (via onderzoek: 1 longfunctie).
- Reinigt de materialen volgens de instructies.
Uitvoering
- De geforceerde uitademing dient te worden vooraf gegaan door een rustademhaling. De manoeuvre dient te worden afgesloten met een maximale inademing.
- Voor de pré-test moeten minimaal drie goed uitgevoerde blaasmanoeuvres worden geregistreerd. Let hierbij op de volgende criteria:
* minstens 1 seconde een plateau bereiken in de uitademing,
* steile stijging op de Y-as (krachtige, directe uitademing),
* gladde curve.
* Het verschil in FEV1en FVC mag maximaal 5 % zijn (en niet meer dan 150 ml),
* De curve moet reproduceerbaar zijn.
- Voor de reversibiliteitstest dienen 4 inhalaties (400ug) met salbutamol, via een voorzetkamer te worden gegeven. Dit dient minstens 15 minuten in te werken. Voor atrovent geldt dat dit 30 - 45 minuten dient in te werken. Hierna worden op dezelfde manier drie post-tests afgenomen.
- De z-score geeft de normaalwaardes voor de spirometrie weer. Een z-score <-1,64 betekent dat de waarde afwijkt. Dit geldt voor zowel de FEV1, de FVC als de FER.
- In de wachtperiode wordt door de patient een CCQ of ACQ formulier ingevuld en wordt een anamnese van klachten van de voorgeschiedenis door de praktijkondersteuner afgenomen. Dit wordt binnen het HIS geregistreerd in het onderzoek: 2 diagnostiek astma/ copd/ dyspnoe of 2 Astma jaarcontrole. Voor patiënten met COPD wordt gebruik gemaakt van het KIS PortaVita. Upload de spirometrie ook altijd in promedico.
Follow-up
- Door de praktijkverpleegkundige wordt gecontroleerd wat de afgesproken follow-up is na het onderzoek: retour spreekuur huisarts, eerst overleg door praktijkverpleegkundige met huisarts en een telefonische terugbel of de longfunctiemeting wordt als 3-jaarlijkse controle bij een bestaande COPD uitgevoerd.
- De Fev1 en FVC waarden worden als meetwaarden in het dossier geregistreerd en de anamnestich verkregen gegevens afkomstig van de CCQ/ACQ/ MRC lijsten dienen te worden verwerkt.
- De huisarts past eventueel naar aanleiding van de uitslagen van de longfunctie de episode/ diagnose aan en de patient wordt daarvan op de hoogte gebracht.